|
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Deze tekst is een compilatie uit verschillende, niet geverifieerde bronnen en moet dus met de nodige reserve gelezen worden. In de dertiende en veertiende eeuw ontstond in Italië een borduurtechniek, die de basis zou worden van wat nu Assisi’s borduren heet. Vanaf die tijd werd in sommige kloosters borduurwerk gemaakt, waarbij de motieven niet werden opgevuld. Op fijn linnen werden de contouren van het ontwerp getekend met slechts weinig details binnen de contouren. De contouren en deze details werden vervolgens met zijde in één kleur geborduurd, waarna de achtergrond met een tweede kleur werd opgevuld. De afbeelding hieronder laat hier een voorbeeld van zien uit de zestiende eeuw, toen deze techniek zich verspreid had en niet meer uitsluitend voor kerkelijke doeleinden werd gebruikt.
Voor de contouren werd zwart of donkerbruine zijde gebruikt en voor de vulling van de achtergrond rood, blauw of geel. De motieven zijn, min of meer gestileerde, dieren-, bloem- en plant motieven, maar ook mythologische beesten. Deze motieven kom je ook tegen bij andersoortig naaldwerk en vooral ook bij beeldhouwwerk en houtsnijwerk in Romaanse en latere kerken. Zie afbeelding. In de achttiende en negentiende eeuw raakten deze borduurtechnieken in onbruik.
Nadat in 1861 de nieuwe staat Italië was gesticht ontstond er een beweging, die ijverde voor de herleving van traditionele handvaardigheden. Rijke dames namen het initiatief in de zeventiger jaren van die eeuw om het Venetiaans kantwerken in Burano, een plaats dichtbij Venetië nieuw leven in te roepen. Een vermoedelijk belangrijk motief was daarbij de verarmde bevolking de mogelijkheid te geven wat neveninkomsten te vergaren. Wat later, om precies te zijn in 1902, werd in Assisi de “Laboratorio Ricreativo Festivo Feminale San Francisci di Assisi" opgericht, een werkplaats waar arme meisjes uit de stad konden leren borduren. De traditionele technieken werden weer opgepakt en aangepast aan de tijd: linnen en zijde werden katoen, de patronen werden niet meer vrij op de ondergrond getekend, maar steek voor steek uitgeteld, ontwerpen werden indien nodig vereenvoudigd of er werden nieuwe gemaakt, die rechtstreeks werden ontleend aan het houtsnijwerk van preekstoel en kerkbank. De vaak ingewikkelde randen, die het borduurwerk omgaven werden vereenvoudigd. Vanuit deze opleving heeft de traditie zich min of meer weten te handhaven. Voor de moderne tijd lees verder bij stijlkenmerken.
|